Een tuinhuis is een van de dankbaarste klussen die je als doe-het-zelver kunt oppakken. Je hebt meer bergruimte, je tuin krijgt een duidelijke plek voor fietsen en gereedschap, en met een beetje voorbereiding staat het geheel er binnen een paar weekenden. Het meeste werk zit niet in het timmeren zelf, maar in de voorbereiding: de regels, de fundering en een goede planning.
In dit stappenplan loop je het hele traject door, van het controleren of je vergunningsvrij mag bouwen tot de laatste laag beits. Zo weet je vooraf wat je te wachten staat en voorkom je dat je halverwege moet stoppen.
Check eerst of je vergunningsvrij mag bouwen
Veel tuinhuizen vallen onder vergunningsvrij bouwen, maar dat is geen automatisme. In het algemeen geldt dat een bijgebouw in het achtererfgebied zonder vergunning mag, zolang het binnen bepaalde maten blijft. Vaak gaat het om een maximale hoogte van ongeveer drie meter en een beperkt deel van je erf dat je mag bebouwen. Woon je op een hoekperceel, in een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht, dan gelden er vaak strengere regels.
Doe daarom altijd de vergunningcheck via het Omgevingsloket of neem contact op met je gemeente. Kijk ook naar het omgevingsplan, want daarin kunnen lokale afspraken staan. Bouw je dicht bij de erfgrens, overleg dan even met je buren. Een praatje vooraf voorkomt veel gedoe achteraf, zeker als een dakgoot of overstek richting hun tuin wijst.
Een fundering die recht en droog blijft
Een tuinhuis is zo goed als de ondergrond waar het op staat. Zakt de fundering scheef, dan klemmen deuren, trekken wanden en ontstaan er kieren. Voor een klein tot middelgroot tuinhuis kies je meestal tussen drie opties: tegels op een verdichte zandlaag, betonpoeren of een gestorte betonvloer. Tegels zijn het snelst, poeren werken goed op een licht hellende grond en een betonvloer is het stevigst, maar ook het meeste werk.
Begin met het afgraven van de bovenste laag grond en egaliseer de bodem. Breng een laag straatzand of gebroken puin aan en tril of stamp die goed aan. Gebruik een waterpas en een rechte rei om alles vlak te krijgen. Leg op de fundering houten balken of een vloerframe en zorg dat het hout niet direct op natte grond ligt. Een strook vochtwerende folie of rubberen onderlegblokjes helpen om rot te voorkomen. Reken voor dit deel gerust op een volledig weekend.
Wanden en dak in het tweede weekend
Werk je met een bouwpakket, dan zijn de wanden vaak blokhutplanken die in elkaar schuiven. Begin bij de onderste rij en controleer na elke paar planken of de hoeken haaks staan en de wanden loodrecht zijn. Een kleine afwijking onderin wordt bovenin snel een paar centimeter. Bouw je zelf een houtskelet, dan zet je eerst de staanders en regels neer en bekleed je die daarna met potdekselplanken of rabatdelen.
Als de wanden staan, volgen de dakbalken en het dakbeschot. Een plat of licht hellend dak is voor de meeste mensen het makkelijkst. Zorg voor minstens een klein afschot, zodat regenwater wegloopt. Wil je je voorbereiden op de constructie of zoek je uitleg over het juiste materiaal, dan vind je op Verbouwen Makkelijk ook achtergrond over bouwen, constructie en klussen. Verbouwen Makkelijk is daarbij handig om je vooraf in te lezen voordat je de bouwmarkt in gaat.
Het gereedschap dat je echt nodig hebt
Je hoeft geen complete werkplaats te hebben, maar een paar goede basisspullen maken het werk een stuk sneller en nauwkeuriger. Leen gerust iets van de buren als je een apparaat maar één keer gebruikt.
- Een lange waterpas en een duimstok of rolmaat
- Een accuboormachine met schroefbits
- Een handcirkelzaag of decoupeerzaag
- Een rubberen hamer voor blokhutplanken
- Een stevige ladder en werkhandschoenen
Afwerking: dakbedekking, beits en details
In het laatste weekend maak je het tuinhuis waterdicht en weerbestendig. Op het dak leg je bitumen, EPDM of dakshingles. EPDM is populair omdat het uit één stuk kan bestaan en lang meegaat. Werk de randen netjes af met daktrimmen en monteer een dakgoot met afvoer, zodat het water niet langs je wanden loopt.
Behandel daarna het hout met een beits of verf die geschikt is voor buiten. Doe dit bij droog weer en breng minstens twee lagen aan, ook op de kopse kanten. Hang tot slot de deur af, plaats eventuele ramen en kijk of alles goed sluit. Wil je het tuinhuis als werkplek gebruiken, denk dan ook na over ventilatie en eventueel isolatie.
Met een goede planning, een stevige fundering en geduld bij het uitlijnen staat jouw tuinhuis er na een paar weekenden echt. Neem de tijd voor de voorbereiding, werk stap voor stap en controleer tussendoor regelmatig of alles recht staat. Dan heb je jarenlang plezier van een tuinhuis dat je zelf hebt gebouwd.

